Winters sprookje   -   30 januari 2010

 

 

Als ik met deelbare, houten Drieka in de Vecht lig, is het net niet echt. Sneeuwvlokjes dwarrelen uit de lucht in een besneeuwd landschap, waar de zon ook nog eens een stralende gloed overheen legt. Het is koud maar er is weinig wind en de zon schijnt de hele dag overvloedig, idealere weersomstandigheden kun je niet hebben in de winter. Ik waan me in een sprookjeslandschap en geniet 34 kilometer lang van de statige buitenplaatsen die zo mooi langs de Vecht gesitueerd zijn en van al het waterleven dat naar het open water is getrokken: waterhoentjes, ganzen, eenden, meeuwen, aalscholvers, reigers en vast nog vele andere vogelsoorten die ik echter niet herken. Ook veel wandelaars, fietsers, hardlopers en een enkele hengelaar zie ik genieten in de buitenlucht, maar geen enkele vaarder, hoe is het mogelijk! Wintersport in eigen land, zonder al die kilometers te hoeven rijden, wat een genot…

 

In de zomer is het hier een heel ander verhaal, zo vertelt een dame die zich op de achterplecht van haar woonboot in de zon heeft geďnstalleerd. Dan is het een komen en gaan van motorjachten. Dat was 44 jaar geleden toen zij hier neerstreek wel anders. En zo kletsen we de tijd weg: ik in m’n anorak met Drieka en zij in haar bontjas op de achterplecht van haar woonboot. Twee eenlingen die zielsverwantschap in elkaar ontmoeten…

 

 

Vorige    Logboek     Volgende