Bezinksel van de
Paas-eilandentocht - 2
t/m 5 april 2010
Uit aflevering
2010/06 van de Berichten aan Zeekajakvarenden (BaZk) van de NKB:
Vier dagen varen op het oostelijke en
Duitse wad. Met laagwater is de Waddenzee op zijn mooist, dus bekijken we
het eens van die kant. Vanaf Noordpolderzijl gaan we naar Borkum, Juist en
Norderney. Als we stroom mee hebben varen we lekker door, als we stroom
tegen hebben knokken we er tegen in en als we droogvallen gaan we klunen. Dit
wordt een echt ZVE-weekend, waar het gaat om slim varen, doorzetten en soms
blik op oneindig. Zorg voor een goede conditie en uitrusting, zo vroeg in het
jaar.
kamp kamp 4 4 5 5
![]()
![]()

Een groepje van vijf vaarders heeft zich vrij kunnen maken om
met Pasen onder leiding van Nico het Duitse wad te bevaren en ik ben een van
die gelukkige die samen met Jannes de 250 kilometer-rit naar Noordpolderzijl
onderneemt: tweemaal de afstand die wij de komende dagen al varend zullen
afleggen.
De eerste dag is erg spannend: ineens vormen Jannes en ik met
drie onbekende mensen en Nico een groep die maar liefst vier dagen lang met
elkaar gaat optrekken. “Wat zijn het voor vaarders”, “hoe zijn ze aan de wal”,
“hoe is de chemie binnen de groep”, ik heb geen flauw idee en zij ook niet over
mij. Het meest benauwd ben ik over het niveau: of ik genoeg ervaren ben om me
staande te houden in dit gezelschap van vijf zeevarende mannen. Dit bezorgt mij
samen met het idee dat windkracht vier uit het zuiden gemakkelijk kan oplopen
naar vijf, een lichte hoofdpijn. Maar na de eerste dag, als de eerste 23
kilometer van Noordpolderzijl naar Borkum zijn afgelegd over een toch best
woelige zee met als klap op de vuurpijl een vertrekkend schip dat ons tegen een
stalen kade dreigt te zetten, verdwijnen de zorgen zodat ik me de andere dagen
met volle teugen in de wind, de golven en de groep kan gooien.
De tweede dag varen we 27 kilometer bij windkracht drie
zuid/zuidwest van Borkum naar Juist waar die avond juist een paasvuur wordt
ontstoken: een lekker opwarmertje voordat we in onze tentjes kruipen. De dag
was droog en redelijk zonnig maar de avond is regenachtig waardoor onze
gezamenlijke kookpartij enigszins in het water valt. Het eiland Nordenay hebben
we niet kunnen bereiken, even was er twijfel maar het idee om pas dinsdag terug
te kunnen keren is weliswaar aanlokkelijk maar geeft teveel agenda-problemen.
De derde dag zoeken we de Noordzeekust op om Juist van de andere
kant te bekijken: een fraaie ongerepte duinenrij, heel anders dan de dicht
bebouwde wadden-aanblik van het eiland. We pauzeren op de oostpunt van Borkum
en hoewel ik er graag vrij zou kamperen varen we braaf door naar waar we wel
mogen kamperen, het is immers een officiële NKB-tocht. Die dag leggen we 31
kilometers af en de wind is vergelijkbaar met de dag ervoor.
Nico houdt zich aan zijn woord: als we
stroom mee hebben varen we lekker door, als we stroom tegen hebben knokken we
er tegen in en als we droogvallen gaan we klunen. Zo is deze tocht aangekondigd
en zo varen we ook onder het wakend oog van talloze nieuwsgierige zeehondjes
die op- en onder duiken waar wij varen. Het klunen op het wad blijft beperkt
maar daar staat het klunen naar de andere kant van het eiland Juist weer
tegenover. De blaren die Jannes daarbij oploopt worden mij bespaard omdat ik
Peter nadoe die de kajak voorttrekt met een lijntje aan zijn middel. Zo’n mooie
haak als Peter heb ik niet aan de achterzijde van mijn zwemvest dus doe ik het
lijntje provisorisch om mijn zwemvest heen en al waggelend met de kajak tussen
mijn benen bereik ik blarenvrij het Noordzeestrand.
Daar houd ik van: om me heen kijken en
luisteren en spelenderwijs wijzer worden. Het gedoe met het uitrekenen van
stroming, koersen en wind heeft nog niet zo mijn aandacht, hoewel Nico me wel
ertoe probeert te verleiden door vragen te stellen waar ik niet altijd het
antwoord op weet. Het liefst zou ik op intuïtie willen varen, en de gooi die ik
in een van de lunchpauzes op een plaat naar de koers doe blijkt achteraf
helemaal niet zo gek te zijn dus dat belooft wat als ik in de gelegenheid ben
om nog vele wadtochtjes te maken.
Ik weet hoe onbetrouwbaar een schattend oog
lijkt en hoe betrouwbaar papieren tabellen ogen; de zee laat zich echter niet
vangen in tabbellen en zo zitten we de laatste vaardag bijna zes uur in de
kajak voordat we voet aan land kunnen zetten. Ik kan de humor daarvan wel
inzien, zit heerlijk in mijn kajak maar m’n krentenbollen raken wel op en
daarmee daalt het energieniveau dus ben ik maar wat blij als ik na al dat varen
naast de branding van Rottumeroog en Rottumerplaat en de klotsende golven
ertussen, op Simonszand even wat kan lozen en een bak yoghurt - afgekeken van
Nico - naar binnen kan werken. Een dik kwartier is weinig tijd, het maken van
foto’s schiet er helaas bij in, het getij is onverbiddelijk en Nico spreekt
weliswaar zacht maar is wel duidelijk in zijn aanwijzingen.
Aanvankelijk dringen die aanwijzingen nog niet
zo bij mij door, gewend als ik ben aan vaarleiders die meer hun stem verheffen.
Ik hoor Nico wel zeggen dat ik de boot van Jannes in de militaire haven van
Borkum - waar we naast het toiletgebouw mogen kamperen maar vanwege de
onvoldoende kwaliteit beslist geen water mogen gebruiken - als eerste moet
ophalen maar ik zie Chris naar twee boten, waaronder die van Jannes, varen en
gezien de ontzagwekkende vaarprestaties van deze voormalig Nederlands kampioen
slalomvaren of zoiets, denk ik dat hij beide boten wel mee zal nemen dus haak
ik de boot van Nico aan, niet wetende dat Chris de instructie heeft gekregen om
slechts één van beide boten aan te haken. En zo drijft Jannes boot richting een
met oesters beplakte kade, niet fijn gezien de scherpe puntjes en niet erg
attent van mij en dat nog wel van een kanomaatje die genereus ruimte in zijn
5,85 meter lange Skim ter beschikking waarmee het tekort aan ruimte in mijn
4,75 meter korte Point-65 light wordt gecompenseerd. “Had je me niet gehoord”
informeert Nico fijntjes, jawel dus, wel gehoord maar niet geluisterd; en zo
maak ik al vallend en opstaand kennis met de handtekening van deze tochtleider,
zoals Harm het mooi verwoordde.
Helemaal in de sfeer van de militaire haven
op Borkum, waar we twee keer kamp houden, zie ik ineens een parallel tussen het
zeekajakvaren en een peloton soldaten. Niet alleen kwa kleding, kwa primitieve
bivak in weer en wind maar ook kwa opvolgen van aanwijzingen. Of we nu om acht
uur, half acht of om zes uur als het nog pikdonker is, uit ons bed moeten:
stipt op tijd staan we bepakt en gezakt in onze vaak nog vochtige
winterkajak-kleding op het afgesproken tijdstip klaar om de zwaarbepakte
kajak’s het water in te sjouwen.
De vierde vaardag is de wind weer
aangetrokken tot windkracht vier uit zuidwestelijke richting, werkt het getij
minder mee dan gepland waardoor het een dag wordt om karakter te tonen. Chris
voelt zich weer fitter, na een verkoudheids-dip en ook Peter vaart bij wijze
van spreken de sterren van de hemel, maar Jannes, Harm en ik hebben ieder op
ons eigen moment een dip. Drie keer moet ik zand happen en drie keer zet ik me
moeizaam weer rechtzet met hulp van de ondiepe bodem. Toch doet het me goed dat
ik niet uit hoef te stappen, en door mijn eenvoudige droogpak weer vrolijk
verder kan varen. Helaas kan ik na 40 vaarkilometers Harm niet redden als die
ergens op zee de thuishaven aan wil wijzen en door een onverwachte golf wordt
omgezet. Ik doe mijn best maar vergeet de peddels te benutten voor
stabilisatie. Met hulp van Nico komt Harm veilig terug in een geleegde kajak en
varen we tot het punt waar we van koers veranderen en we al spelenvarend en
licht surfend in een mum van tijd de haven van Noordpolderzijl bereiken.
Eenmaal thuis laat ik alles bezinken en constateer ik dat een
mens veel meer aan kan dan hij denkt. Zo’n drie jaar geleden had ik in mijn
stoutste dromen nog niet kunnen denken dat ik in zo’n smal bootje de zee zou
kunnen bevaren maar die droom is toch werkelijkheid geworden. Wat mij betreft
is zeekajakvaren de ultieme sport om karakter te ontwikkelen: met overgave,
balanceren, moed en vechtlust kom je een heel eind. Ik kijk uit naar de door
Nico beloofde workshop voor vrouwen van Nicole Bulk om daar nog wat techniek
aan toe te kunnen voegen.




foto: Jannes Wulms